Rapportering

We gebruiken in de lagere school het computerrapport 2thepoint (opvolger van Doelpunt). Wat zijn hier de voordelen?

1. Een volgsysteem voor het schoolteam

Meten, evalueren, rapporteren behoren tot de essentiële taken van de leerkrachten.

 

We willen de schoolse ontwikkeling van elk kind op een professionele wijze volgen en in kaart brengen.

 

Zo kunnen tijdig bijsturingen en maatregelen genomen worden voor die kinderen die niet optimaal profiteren van het onderwijsaanbod.

 

Na de meting en evaluatie van de basisvaardigheden zal onderwijs verstrekt worden op maat van elk kind. Diegenen die de basis nog niet onder de knie hebben krijgen aangepaste leerstof en anderen kunnen rekenen op verdiepingsstof. Dit noemt men differentiatie.

2. Meer gegevens voor de ouders

 

Ouders kunnen in het rapport zien welke de sterke en zwakke leerinhouden zijn van hun kind. Door de vermelding van het gewenste minimum per getoetste leerinhoud kunnen ouders meevolgen waar de basisdoelen bereikt zijn en waar nog niet.

 

(Leerinhoud= duidelijk afgebakend, omschreven gebied in de gehele leerstof van een vak.) Vb meetkunde: herkennen van vierkanten en kenmerken benoemen}

 

Dit rapport geeft ook informatie betreffende de sociale vaardigheden van je kind. Dit kunnen we natuurlijk niet met cijfers weergeven en dus vind je onderaan het rapport enkele zinnen waarin deze vaardigheden toegelicht zijn. Deze vaardigheden zijn gebaseerd op de 10 basisvaardigheden (10 relatiewijzen in de eindtermen). Aan deze vaardigheden wordt constant gewerkt het hele jaar door en elke maand komt één vaardigheid in de kijker (maandthema's). Ook hier geldt de regel: niemand is perfect en iedereen kan in deze vaardigheden nog een stukje groeien.

 

Ook de werkhouding willen we evalueren op het rapport. Hiervoor worden geen cijfers gebruikt maar - naar analogie van de sociale vaardigheden - komt aan het einde van het rapport een woordelijke appreciatie.

3. Computerprogramma biedt voordelen

Het rapporteringssysteem is volledig geautomatiseerd. Gegevens worden nauwkeurig en op eenvormige wijze bijgehouden van 1e tot 6e lj. Dit is belangrijk voor ons schoolteam om de samenhang tussen de verschillende klassen nog beter op elkaar af te stemmen.

 

Allerlei informatie over de getoetste leerstof kan per klasgroep of per kind op gelijk welk moment via de computer opgevraagd worden, zodat de klastitularis, in samenwerking met de leerkracht zorgverbreding, onmiddellijke en gerichte differentiatie kan doorvoeren.

 

Het tijdrovend tel- en cijferwerk valt weg. De computer verwerkt alle gegevens en cijfers onmiddellijk.

 

De bladspiegel van het rapport wordt bepaald door het aantal getoetste doelstellingen enerzijds en een aantal vastgelegde kolommen anderzijds.

 

Deze vaste kolommen bevatten van links naar rechts het volgende:

  • kolom 1: het vakonderdeel
  • kolom 2: de datum van de evalutatie
  • kolom 3: het niveau          A->algemene toets        B->basisdoel        E->uitbreidingsdoel of Extra
  • kolom 4: de geëvalueerde doelstelling met daaronder eventueel het extra zinnetje dat bij die leerling werd ingetikt. (vb aangepaste toets voor leerling met dyslexie)
  • kolom 5: mate van beheersing (in cijfers op 10)
  • kolom 6: de vergelijkingsscore (gewenst minimum) dit is het minimum dat de leerkracht verlangt van elk kind (deze score is meestal lager dan het gemiddelde, dus wie hier lager scoort wordt opgevolgd)

De doelstellingen worden door het programma automatisch geschikt per vak. Dat vak wordt telkens bovenaan vermeld.

 

Onderaan op het rapport komt de tekst in verband met de sociale vaardigheden en de werkhouding, met mogelijks een algemene mededeling   klik hier voor een voorbeeld

Geen percenten meer!? Waarom niet?

Het heeft geen zin om punten van verschillende vakken bij elkaar op te tellen. Dit cijfer geeft alleen maar een gemiddelde van cijfers die totaal niet in verband staan met elkaar. Het biedt dus geen enkele meerwaarde!

 

Ook percenten per vakonderdeel geven dikwijls een vertekend beeld.

 

Een voorbeeld:

 

In een bepaalde maand worden verschillende toetsen gemaakt van getallenkennis en één toets van metend rekenen. Bij een herleiding op 10 (en voor de percentberekening op 100) gaat dus de toets van metend rekenen voor evenveel meetellen als de som van alle toetsen getallenkennis.

 

Door het weglaten van een percentberekening (totaalpercent of per percenten per vak) kan met het rapport ook gedifferentieerd worden gewerkt.

 

Een voorbeeld:

 

Wij werken met een leerstofjaarklassensysteem maar iedereen beseft wel dat in dezelfde klas toch niet iedereen op hetzelfde niveau zit. Het is dus mogelijk om kinderen die dit aankunnen een toets te laten maken die boven het basisniveau uitstijgt (extra-stof). Het wordt, door het weglaten van de percentberekeningen, ook mogelijk om leerlingen een remediërende toets te laten maken. (een niveau lager: vb voor leerling van het 4e lj een toets einde 3e lj) Deze niveauverlagende maatregel wordt ook wel curriculumdifferentiatie genoemd. Dit wordt op het rapport met een schuin gedrukte zin aangegeven bij de toets.

 

Door dit te doen komen we tegemoet aan elk kind en geven we datgene waar ALLE kinderen recht op hebben: onderwijs OP HUN NIVEAU.

Een rapportmapje

De rapportbladen worden samen geschikt in een insteekmapje waar telkens het volgende blad wordt bijgestoken. Zo blijft alle rapportinformatie samen.

Wanneer een rapport?

Je kind krijgt 4 rapporten per schooljaar:

  • september - oktober: vóór herfstvakantie
  • november - december: vóór kerstvakantie
  • januari - april: vóór paasvakantie
  • mei - juni: vóór grote vakantie

Even nog dit...

Het rapport heeft onder meer de bedoeling om zicht te krijgen op wat uw kind al goed beheerst en op de moeilijkheden dat het nog heeft.

 

De beste motivatie voor een kind is toch nog altijd "het pluimpje" van de leerkracht EN van de ouders. Bekijk dus vooral wat uw kind goed kan en bespreek rustig de moeilijkheden en minder goede punten. Een zwak punt is geen ramp maar een aanknooppunt voor verbetering. Verbetering waarvoor EN de leerkracht EN de ouders EN het kind moeten zorgen.